Post 65 Files – Blaak

Bekijk route

Blaak, 1988, Stadsarchief Rotterdam

Blaak, 1988, Stadsarchief Rotterdam

algemeen tekst

1
2

Het Maritiem Museum vormt de overgang van stad naar haven en is een sleutelstuk in het nieuwe Binnenstadsplan. Maritiem toerisme komt hier hoog op de agenda te staan. De binnenstadshavens zijn de plek voor een recreatieve invulling met historische schepen en nieuwe wandelroutes. Het markante ontwerp van architect Wim Quist heeft een moderne opzet, passend bij de museumtrend van die tijd: ‘Thematisch, analytisch, technisch verklarend, actualiserend, discussiërend en educatief’. 

Leuvehaven met Maritiem buitenmuseum en IMAX theater, 1989, Stadsarchief Rotterdam

Van waaigat naar Waterstad

Het Churchillplein wordt jarenlang vrijgehouden vanwege het venster op de rivier. Architect Jan Hoogstad noemt het in de jaren 70 echter een ‘waaigat’ en schuift het ’venster op de rivier’ als mythe van tafel. Vanaf dat moment ontstaat er ruimte voor het Maritiem Museum, dat op zoek is naar een nieuwe locatie. Quist ontwerpt het museumgebouw met bijbehorende paviljoens langs de kade. Het museum vormt zo de aanleiding voor de verdere ontwikkeling van Waterstad. Er wordt uitgebreid ingezet op verschillende vormen van vrijetijdsbesteding aan het water. De Walk of Fame en het IMAX-theater verschijnen aan de Leuvehaven. De Boompjes wordt een wandelboulevard met een horecapaviljoen. Ook worden de nieuwe ontwikkelingsgebieden worden met elkaar verbonden door een wandelroute, van het Museumpark via de Witte de Withstraat en Waterstad naar de Oudehaven.

Collectie Nieuwe Instituut, archief Wim Quist

Het nieuwe Maritiem Museum in de jaren 80 moet representatief zijn voor de havenstad Rotterdam, op een centrale plek in de stad en aan het water. De locatie aan de Leuvehaven biedt ruimte voor een museum, paviljoens en een buitenexpositie. Van de architecten die worden uitgenodigd—Aldo van Eyck, Wim Quist, Marius Duintjer, Onno Greiner en Herman Hertzberger—wordt Quist in 1981 door de selectiecommissie gekozen. Zijn eerste schetsen laten goed zien hoe het museum op de ontwerptafel tot een heldere vorm komt.

Kenmerkend voor de architectuur van Quist is zijn zoektocht naar de essentie, wars van modieuze tendensen. Deze weet hij in samenhangende vormen met eenduidige en eenvoudige materialen te realiseren. Zo ook bij het Maritiem Museum, waar hij een ingewikkeld programma weet te vangen in een driehoekige hoofdvorm.

Foto Kim Zwarts

Het ontwerp voor het Maritiem Museum wordt uitgewerkt op rasterpapier, dat medebepalend wordt voor het grid van de kolommen. Het museum bestaat uit publieksruimten zoals de entreehal, het vademecum, het centrale informatiepunt, de bibliotheek en zalen voor wisseltentoonstellingen. Het ogenschijnlijk eenvoudige gebouw bestaat uit uitstekende en inspringende elementen, waarbij de arcades en vensters verrassende doorzichten bieden op stad en haven. De routing door het museum leidt afwisselend langs open en gesloten ruimtes, en neemt de bezoeker via vides en hellingbanen mee langs de vergezichten. Op deze manier brengt Quist het binnen- en buitenmuseum, de stad en haven, continue met elkaar in verbinding.

Plein 1940 met kunstwerk ‘De Verwoeste Stad’ (Ossip Zadkine), 1989, Stadsarchief Rotterdam

Terug naar kaart

De Centrale Bibliotheek is begin jaren 80 een van de eerste nieuwe grootschalige culturele gebouwen in de stad. In rap tempo wordt het gebied rondom de Binnenrotte ontwikkeld met de bouw van de PTT toren, het metrostation en de Kubuswoningen. Het Blaakse Bos en de Centrale Bibliotheek vormen nu samen met de Markthal een mengelmoes van publieke interieurs in uiteenlopende bouwstijlen. Architect Hans Boot – die eind jaren 70 aan het ontwerp van de Centrale Bibliotheek werkt – heeft het toen al goed gezien: het is ‘de Disney-hoek van Rotterdam’.

Het gebied rondom de Blaak moet de tegenhanger worden van alle zakelijke architectuur in de binnenstad, de nieuwe Centrale Bibliotheek krijgt hierin een hoofdrol. De bibliotheek moet een ‘open, uitnodigend, centraal gelegen en voor iedereen toegankelijk gebouw’ worden, dat een ‘vooraanstaande plaats inneemt in het Rotterdamse sociaal-culturele leven.’ Na een heftig debat wint het plan met de ‘gestapelde pleinen’ van Van den Broek en Bakema het van het gesloten ontwerp van Carel Weeber. Wethouder Pim Vermeulen bij het slaan van de eerste paal in 1980: ‘De nieuwe bibliotheek wordt een gebouw zonder drempels, letterlijk en figuurlijk. […] Het wordt een gebouw waar niets hoeft en alles mag.’ De Centrale Bibliotheek is op het moment van oplevering een van de grootste openbare bibliotheek van West-Europa en wordt al snel een publieksmagneet met meer dan een miljoen bezoekers per jaar.

Het ontwerp van Jaap Bakema en Hans Boot en van architectenbureau Van den Broek en Bakema bestaat uit een piramidevormige stapeling van steeds kleiner wordende ‘pleinen’. De openbare ruimte loopt als het ware door in het gebouw. In het schetsontwerp heeft de bibliotheek in eerste instantie ook entrees aan meerdere zijden. Architect Jaap Bakema stelt als doel om zoveel mogelijk boeken in de bibliotheek op de planken te zetten in plaats van in het magazijn: ‘die hele troep boeken – dat ís wat. En dan: er mag eigenlijk niemand bij – dat vond ik heel raar.’

De technische installaties zijn zoveel mogelijk naar buiten verplaatst, in de iconische gele buizen, om van binnen een zo open mogelijke ruimte te creëren. De grote glazen waterval zorgt voor lichtinval en een zichtbare connectie met de stad rondom de bibliotheek. Hij ontwerpt voor elke functie een andere sfeer: om te lezen, te studeren en ‘als je vanaf die pleinen uitkijkt, je nog precies de toren van de kerk, dus de city, ziet’, aldus Bakema.


Terug naar kaart
Schrijf je in voor de nieuwsbrief