Land van Hoboken

Het is nauwelijks meer voor te stellen, maar honderd jaar geleden graasden er nog koeien en schapen in het centrum van de stad. Het Land van Hoboken strekte zich uit van de Nieuwe Binnenweg tot de Westzeedijk. Lange tijd was dit landgoed in particulier bezit. Terwijl Rotterdam zich westwaarts en richting de rivier uitbreidde, bleef dit stuk grond onbebouwd. Op 15 mei 1924, wanneer de gemeenteraad besluit tot de aankoop van het landgoed, komt het gebied in Rotterdams bezit. Sindsdien is het continu van gedaante veranderd, met telkens nieuwe ideeën over de betekenis van cultuur, recreatie en groen in de stad.

Uitbreidingsplan Dykzigt, 1926. Stadsarchief Rotterdam

Plan Witteveen

In 1926 tekent stadsarchitect W.G. Witteveen een uitbreidingsplan Dykzigt waarin hij de openheid van het landschap wil behouden. In het plan ligt het Land van Hoboken op een groene wandelroute van diergaarde Blijdorp, toen nog nabij het huidige centraal station, via de Westersingel naar Het Park aan de Maas. Aan de rand komt de bebouwing. In de jaren dertig wordt begonnen met het villapark en Museum Boijmans Van Beuningen. Na de Tweede Wereldoorlog neemt ziekenhuis Dijkzigt en later de Medische Faculteit een groot deel van het gebied in beslag, maar er blijft ook nog veel park over. Dit biedt ruimte voor grote culturele manifestaties tijdens de wederopbouw.

Museum Boijmans Van Beuningen en de Villawijk in het Museumpark. Nieuwe Instituut

Villapark

Architect Leen van der Vlugt (1894-1936) maakt in 1923 een plan voor een modern villapark en ontwerpt een gebouw voor de Volksuniversiteit en een concert­zaal. Uiteindelijk worden twee villa’s van de jonge architecten Brinkman & Van der Vlugt in het Museumpark gerealiseerd. Behalve woonhuis Boevé ook een woning voor Van Nelle­directeur Bertus Sonneveld. De familie Sonneveld verruilt een statig herenhuis aan de Heemraadssingel voor een hypermoderne ‘machine om in te wonen’.

Wat een contrast: de witte villa’s en Museum Boijmans zijn vrijwel tegelijkertijd gebouwd. Het woonhuis voor de arts Boevé tegenover het museum is in 1933 klaar, het museum in 1935, een ontwerp van architect Ad van der Steur (1893-1953). Traditie versus moderniteit, baksteen versus beton, staal en glas. Karakteristiek voor de discussies over architectuur in de jaren dertig.

Noodwinkels

Eén van de bekendste foto’s van het bombardement op 14 mei 1940 is die van de verzamelde vluchtelingen op het Land van Hoboken. Achter de witte villa’s zijn de donkere wolken van de brand in het stadscentrum te zien. Snel staat dit terrein vol optimistische witte bouwsels: het noodwinkelcomplex Dijkzigt wordt al op 25 oktober 1940 geopend. Het is een populaire plek in de desolate stad, met winkels als Vroom & Dreesmann, Ter Meulen en Peek & Cloppenburg. Het lijkt een blauwdruk voor de latere Lijnbaan die in 1953 werd geopend: laagbouw langs voetgangersstraten met de expeditie aan de achterkant en geen woningen boven de winkels.

Museum Boijmans Van Beuningen, 1970

Portakabins als woningen, 1980, Nieuwe Instituut / OMAR

Leegte

Op de plek waar nu het Nieuwe Instituut staat, is er lange tijd een groot parkeerterrein, inclusief benzinepompstation. Het park is dan het domein van zwervers, junks en prostituees. In 1979 bestaat het idee om op deze plek een grote moskee te bouwen. En voor een AIR-prijsvraag tekent architect Frits van Dongen zelfs een grote flat van 25 verdiepingen op deze plek.

In de jaren 80 komen bewoners uit de wijk het Oude Westen tijdelijk in portakabins te wonen op dit voorheen lege, driehoekige terrein. Iris Hollaender vertelt hoe ze destijds enkele maanden in het Museumpark woonde, met Museum Boijmans Van Beuningen in haar achtertuin.

Museumpark, Inside Outside

Museumpark

In het oorspronkelijke ontwerp voor het Museumpark van Rem Koolhaas (OMA), Yves Brunier en Petra Blaisse is er een uniek voorhof gecreëerd, op de plek waar nu het Depot staat. Een overgangszone tussen de drukke stad en het eigenlijke park. Hier stond in de jaren 90 een boomgaard met appelbomen in een strak ritme geplant. Bomen met witgekalkte stammen, in een bodem van witte schelpen. De met spiegels beplakte muur zorgt voor een gevoel van eindeloosheid. Het is de bedoeling dat bezoekers er kunnen verpozen in ligstoelen. De appelbomen blijken echter niet goed te gedijen. Bij de aanleg van de ondergrondse parkeergarage worden ze in 2011 vervangen door een boomgaard van schijnacacia’s met groene en goudgele bladeren.

Floriade, 1960. Wouter Hagens

Rozentuin, Stadsarchief Rotterdam

Manifestaties: Ahoy’, E55, Floriade

Naast de villawoningen en Museum Boijmans is het Museumpark tot de jaren 60 nog grotendeels leeg. Daarmee is het park de uitgelezen plek voor grote naoorlogse manifestaties. Ahoy’ in 1950, E55 in 1955 en de Floriade in 1960. Elke manifestatie gaat gepaard met spectaculaire, vaak tijdelijke, ontwerpen: van een honderd meter lange wandschildering door Karel Appel voor E55 tot de kabelbaan tussen het Park en het Museumpark tijdens de Floriade. Hier en daar zijn er in het huidige Museumpark nog kleine sporen achtergebleven van de manifestaties van toen, zoals de Rozentuin achter Boijmans.

Luchtopname Museumpark, 1938. Stadsarchief Rotterdam

Villa Dijkzigt

De Van Hobokens zijn een invloedrijke Rotterdamse familie van reders, bankiers en distillateurs. Reder Anthony van Hoboken (1756-1850) is in zijn tijd een van de rijkste Rotterdammers, die zijn geld verdient met de internationale handel, met name in Nederlands-Indië, waarbij de Javaanse bevolking wordt uitgebuit. Ook is hij betrokken bij de handel in slaafgemaakten, van Afrika naar Amerika en Indië. Na zijn dood nemen zijn drie zonen de handel over. In 1849 koopt zijn gelijknamige zoon het landgoed Dijkzigt. In de daaropvolgende jaren vergrootte hij zijn landgoed tot 56 hectare en laat hij een buitenhuis – Villa Dijkzigt – ontwerpen door Johan Metzelaar (1818-1897), ook bekend van de gevangenis aan de Noordsingel. Rond het huis komt een park in landschapsstijl, een ontwerp Jan David Zocher jr. In Villa Dijkzigt is nu het Natuurhistorisch Museum is gevestigd.

Openluchttheater, 1964. Stadsarchief Rotterdam

Trompettist Nelson Williams, 1959. Ary Groeneveld, Stadsarchief Rotterdam

Openluchttheater

In de jaren dertig wordt op het Land van Hoboken een openluchttheater gebouwd. Het is een project van het Centraal Comité voor jongere Werkloozen. Op 27 mei 1936 wordt het theater met 1.100 plaatsen geopend met de opvoering van een toneelstuk. Veertig jongens hebben er anderhalf jaar aan gewerkt. ‘Een jeugd die aan zoiets bouwt, kan men niet als verloren beschouwen’, schrijft De Telegraaf. In de loop der tijd zijn hier hondenshows, fanfares, orkesten en circusacts te zien. Ook internationale artiesten treden hier op. Een van de laatste concerten is in 1979, als de Talking Heads een voorproefje geven van hun ‘Fear of Music’. Datzelfde jaar sluit het openluchttheater, vanwege klachten over geluidsoverlast.

Openluchttheater Museumpark. Stadsarchief Rotterdam

Museumpark, 1936. Stadsarchief Rotterdam

Koningin Juliana op de Floriade in Rotterdam, 1960. Herbert Behrens, Nationaal Archief

Het Land van Hoboken, 1927. Nieuwe Instituut

Schrijf je in voor de nieuwsbrief