Ontwerp OMA, Collectie Nieuwe Instituut
Depot, foto: Ossip van Duivenbode
Door de jaren heen heeft het Museumpark zich ontwikkeld tot de culturele hotspot van Rotterdam: met uiteenlopende musea in bijzondere architectuur. Deze wandeling leid je langs deze culturele instellingen in het Museumpark en focust op het ontwerp van deze unieke collectie gebouwen.
1
2
3
4
5
6
7

Deze moderne witte villa, een ontwerp van Brinkman en Van der Vlugt, is in 1933 gebouwd voor één van de Van Nelle-directeuren. Het interieur kan met drie woorden worden getypeerd: hygiëne, comfort en luxe. Ingericht met verchroomde stalen buismeubels, linoleum en hypermodern sanitair. En voor die tijd zeer moderne apparatuur: een huistelefoon, radio’s en elektrische klokken. Naast de grote ramen om het zonlicht binnen te laten, is er veel buitenruimte: balkons, een dakterras, een veranda en een royale tuin.

Bertus Sonneveld komt vanwege de handel in tabak vaak in de Verenigde Staten. Hij heeft een voorkeur voor Amerikaanse auto’s en technische snufjes. De garage biedt zowel plaats aan zijn Plymouth Deluxe als aan de Packard Convertible van Gésine Sonneveld, de eerste Rotterdamse vrouw met een eigen auto.
Sinds 2001 is de woning, na zorgvuldige restauratie en herinrichting, opengesteld voor publiek.
Terug naar kaart

Deze oorspronkelijk als woonhuis gebouwde witte villa is een ontwerp van G.W. Baas, een medewerker van Brinkman & Van der Vlugt. De villa is duidelijk schatplichtig aan de nabijgelegen villa’s van Van der Vlugt maar lichtvoetiger zoals blijkt uit het ronde balkon en de luifel en in de vrije compositie die mogelijk werd door de toepassing van een betonskelet. De villa is in 1993 verbouwd tot een museum gewijd aan de Rotterdamse expressionistische schilder/beeldhouwer Hendrik Chabot. Het Chabot Museum is nu een plek voor tentoonstellingen over het expressionisme.

Terug naar kaart

In 1928 begint stadsarchitect Ad van der Steur aan het ontwerp voor een nieuw museum. Zeven jaar later wordt het nieuwe gebouw geopend, op 6 juli 1935. Het ontwerp bestaat uit een afwisseling van zalen en kabinetten rond een binnen- en buitenhof. Er is veel aandacht besteed aan de indirecte en gelijkmatige verlichting van de kunstwerken. Van der Steur ontwerpt ook de museumtuin en het afsluitende monument voor G.J. de Jongh. Het museum bezit een indrukwekkende collectie schilder- en beeldhouwkunst, tekeningen en prenten, hedendaagse en toegepaste kunst.

Elke nieuwe directeur drukt zijn eigen stempel op het aankoopbeleid. En een nieuwe directeur betekent vaak ook een nieuwe uitbreiding. In 1972, 1991 en 2003 wordt het museumgebouw uitgebreid met respectievelijk een nieuwe tentoonstellingsvleugel van architect Alexander Bodon, een paviljoen van Hubert-Jan Henket en een nieuwbouw van Robbrecht en Daem Architecten. Die laatste uitbreiding verdwijnt in de nieuwe plannen alweer. Het museum is sinds 2019 gesloten, het ontwerp van Mecanoo goedgekeurd, de heropening staat in 2030 gepland.

Terug naar kaart
Nieuwe Instituut is het nationale museum voor architectuur, design en digitale cultuur. Op de plek waar het is gevestigd, waren jarenlang tijdelijke invullingen: noodwinkels, een parkeerplaats en begin jaren tachtig nog wooncontainers. Na een tweestrijd met Amsterdam wordt Rotterdam in 1987 aangewezen als vestigingsplaats voor het Nederlands Architectuurinstituut, de voorloper van het huidige Nieuwe Instituut. Zes architecten maken een ontwerp voor deze locatie.

Niet de gedoodverfde winnaar Rem Koolhaas (OMA) krijgt de opdracht, maar Jo Coenen. In 1993 wordt het gebouw geopend. Het is een soort moderne burcht die via een brug bereikbaar is. De opzet is helder met een vierkant tentoonstellingsgebouw, een glazen kantoortoren en een langgerekt archief op poten. Inmiddels is de brug verdwenen en de openbare ruimte compleet vernieuwd met wandelvlonders en de Nieuwe Tuin die zich richt op het vergroten van de biodiversiteit.

Terug naar kaart
Een museum kan slechts een klein deel van zijn collectie tentoonstellen. Het overgrote deel van de kunstwerken is opgeslagen. Voorheen gebeurde dit bij Museum Boijmans Van Beuningen in de kelder – die gevoelig blijkt voor lekkages – en deels in een depot op een industrieterrein. Het Depot biedt een veilige, geklimatiseerde opslagplaats voor de ruim 154.000 kunstwerken, van oude meesters tot hedendaags design.

Vanuit het duizelingwekkende trappenhuis zijn kunstwerken te bekijken, en met een gids ook de depotruimtes. Er is daarnaast een plek waar bezoekers de restauratie van de kunstcollectie kunnen volgen. Bovenal is het een spectaculair spiegelend gebouw ontworpen door MVRDV, een publieksmagneet waar iedereen de perfecte selfie kan maken. Op het dak is een tuin, waar je tussen berken en dennen kunt genieten van het uitzicht op de stad.

Terug naar kaart
Het Natuurhistorisch Museum is sinds 1987 gevestigd in de Villa Dijkzigt (1852), tot 1922 het woonhuis van de redersfamilie Van Hoboken. Al snel volgt een uitbreiding, een glazen paviljoen dat is ontworpen door Erick van Egeraat, toen nog actief bij Mecanoo. Het is een soort grote vitrine, die via hellingbanen met de villa is verbonden.

Het museum heeft een spannende collectie van fossielen, skeletten en opgezette dieren. Befaamd zijn de Dominomus, doodgeschoten omdat zij 23.000 stenen heeft omgegooid tijdens Domino Day, en de Necro-eend, het eerste geval van homoseksuele necrofilie bij de wilde eend. Deze had zich tegen de gevel van het museum te pletter gevlogen.
Terug naar kaart

De Kunsthal, een ontwerp van Rem Koolhaas (OMA), is een gebouw voor tijdelijke tentoonstellingen. Door het gebouw loopt een hellingbaan naar de Westzeedijk, een niveauverschil van vijf meter overbruggend. Onderaan de dijk doorkruist ook nog een ventweg het gebouw. De verschillende ruimtes liggen aan weerszijden van die doorgangen en zijn ingenieus met elkaar verbonden. Bij de belangrijkste hal loopt het park als het ware door in het gebouw: de kolommen zijn hier vermomd als boomstammen.

Karakteristiek voor de architectuur van Rem Koolhaas is het gebruik van luxueuze en goedkope materialen naast en soms zelfs tegen elkaar aan. De reclametoren is van plastic golfplaat en de vloer van de galerij van metalen roosters. De gevel bestaat deels uit Spaans travertin en deels uit zwart geteerd beton. Fijnzinnigheid en banaliteit ontmoeten elkaar in dit gebouw, zowel in de architectuur als in de tentoonstellingsagenda. Na een aarzelende start is de Kunsthal nu een grote publiekstrekker gebleken.

Terug naar kaart