Door de ogen van Paul Groenendijk

Bekijk route

Lijnbaanflats aan de Joost Banckertsplaats en de Aert van Nesstraat, 1959, Stadsarchief Rotterdam

Warenhuis Galeries Modernes aan de Hoogstraat, 1970, Stadsarchief Rotterdam

Ik ben geboren in Rotterdam in 1957 en opgegroeid in één van de Lijnbaanflats. Op oude foto’s ziet de stad er kaal en leeg uit, maar daar merkte je als kind weinig van. Er waren veel parkeerterreinen en bouwplaatsen waar je prima kon spelen en braakliggende vlaktes, die je kon voetballen. De Joost Banckertsplaats was een mooi groen hof waar de vele kinderen uit de flats zich vermaakten terwijl moeders op een bankje in de zon zaten of vanuit de flat een oogje in het zeil hielden. 

Ik ging naar de Jan Prinsschool. Deze was eerst in de noodgebouwen aan de Mauritsstraat gevestigd en later in het prachtige nieuwe gebouw aan de Grotemarkt, welke inmiddels gesloopt is ten behoeve van de Markthal. Voetballen deden wij onder het Luchtspoor. Ook gesloopt. ’s Middags speelden wij tikkertje op de roltrappen van V&D en Galeries Modernes tot wij weggestuurd werden. Op de Hoogstraat en het Beursplein reden nog auto’s. 

1
2
3
4
5
6
7
8

Het Hofpleinviaduct is de tastbare herinnering aan de tijd dat er in Nederland verschillende spoorwegexploitanten waren. De Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (ZHESM) exploiteerde de treinverbinding tussen Rotterdam en Scheveningen. Het twee kilometer lange viaduct was één van de eerste grote betonconstructies in Nederland. Civiel ingenieur Alphons van Hemert stortte zich in 1900 op de studie van gewapend beton en richtte de NV Hollandsche Maatschappij tot het maken van werken in Gewapend Beton op, de latere Hollandsche Beton Groep (HBG). Het viaduct bestaat uit 189 bogen, waaronder pakhuizen, winkels en bedrijven zich vestigden.

Het kopstation Hofplein lag naast de door een andere maatschappij uitgebate lijn tussen Rotterdam en Antwerpen. De stationshal lag aan de ene kant van het spoor en een korte tunnel en trap gaven toegang tot de perrons aan de andere kant van de kruisende spoorlijn. In 1956 werd een nieuw station aan het Hofplein geopend naar ontwerp van NS-architect Van Ravesteyn. De Hofpleinlijn is opgegaan in de RandstadRail en het Hofpleinviaduct heeft zijn functie verloren. Het is de bedoeling dat er een High Line-achtige ontwikkeling plaatsvindt, met een dakpark en onder de bogen bedrijven, winkels en horeca. Het eerste stukje Hofbogen laat de mogelijkheden van dit langste rijksmonument van Nederland zien.


Terug naar kaart

19/10/1950

Terug naar kaart

17/11/1953
Ossip van Duivenbode

Terug naar kaart

De Meent was één van de saaiste straten van het centrum. Er zaten degelijke winkels, waar je alleen heen ging als je iets nodig had: een kunsthandel, een boekwinkel en een postzegelhandel. Toch was de Meent voor mij als kind bijzonder aantrekkelijk. Aan het begin ervan, bij het Beurscafé, zat een automatiek met heerlijke kroketten. Die Snackbeurs bleek een heus architectonisch ontwerp te zijn van Margaret Staal-Kropholler, de eerste vrouwelijke architect van Nederland en de weduwe van architect Staal, die de Beurs heeft ontworpen. 

Aan het eind van de Meent, en merkwaardigerwijs aan het begin van de Pannekoekstraat, lag een zo mogelijk nóg aantrekkelijker culinair fenomeen: de poffertjeskraam van Bongers. Tevens een staaltje wederopbouwarchitectuur, van de Rotterdamse architect Harry Nefkens.

De grootste attractie van de Meent was de Meentbrug. Als deze hefbrug open ging, veranderde het trottoir in een trap en kon je direct doorlopen! Het verkeer moest wachten. Ik blijk niet de enige te zijn, die gefascineerd was door deze brug. In het Rotterdamsch Nieuwsblad van 13 december 1937 een verslag van de Duitse toerist Hedwig Feldmann: ‘Verbluft is de schrijver door het merkwaardige mechanisme van de brug over de Delftschevaart bij de Meent. Waar de straten de kanalen bijna à niveau kruisen, kunnen veelsoortige constructies de bruggen laten opklappen, zoodra een schip wil doorvaren. Trappen schuiven uit, waarover de voetgangers, die altijd haast hebben, hun weg zonder onderbreking kunnen vervolgen.’


Terug naar kaart

Is Erasmus nog geliefd in de stad? Er zijn een gymnasium, een universiteit en een brug naar hem vernoemd. Maar bij een onderzoekje in de Koopgoot bleek een kwart van de ondervraagden te denken dat Erasmus de ontwerper van de Erasmusbrug was. Zestig procent had helemaal geen idee.

Wim van den Berg (1917) herinnert zich in de NRC van 10 mei 2008 de redding van het Erasmusbeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog: ‘Erasmus mocht niets overkomen. Als hij bleef staan zou hij in handen van de Duitsers kunnen vallen. Toen we Erasmus na het bombardement opzochten, stond hij zoals vertrouwd naar voren gebogen in zijn lange jas. Het boek lag nog in zijn handen. Alleen op de bladzijden van zijn boek lag een dikke laag stof. Hij moest dus van zijn plaats. Ruggelings legden we hem in de laadbak van een vrachtwagen en reden onopvallend naar museum Boymans. Op de binnenplaats werd hij aan het zicht onttrokken door er betonplaten en zandzakken overheen te leggen. Daar heeft Erasmus onopvallend het einde van de oorlogsjaren afgewacht.’ 

Het standbeeld van Erasmus ter bescherming tegen luchtaanvallen onder zandzakken op het binnenterrein van Museum Boijmans-Van Beuningen, 1945, Stadsarchief Rotterdam

Terug naar kaart

In de jaren zeventig werd de Amsterdamse architect Piet Blom door wethouder Mentink naar Rotterdam gehaald om de stad leefbaarder en aantrekkelijker te maken: ‘Rotterdam moet weer architectuur krijgen waar wat aan te beleven valt.’ Blom bedacht een bewoonbare brug over de drukke verkeersweg de Blaak en woningbouw in grote dichtheid aan de Spaansekade. Ondanks het feit dat de voetgangersbrug over de Blaak weinig wordt gebruikt, is het Blom toch gelukt een verbinding te maken tussen de Hoogstraat en de Oudehaven, zoals die er voor de oorlog ook was. Van de 434 woningen trekken vooral de 38 kubuswoningen, eerder uitgeprobeerd in Helmond, de aandacht. De voor bezoekers toegankelijke Kijkkubus is nog steeds een publiekstrekker. Twee grote kubussen waren aanvankelijk moeilijk te bestemmen. Met Exodus begeleid wonen en hostel Stayokay lijkt dat uiteindelijk toch gelukt. 

De woontoren bijgenaamd Het Potlood is geïnspireerd op de Schreierstoren. De zeshoekige vorm is afgeleid van de schacht van de kubuswoningen. Een vorm die ook terugkeert in de straatstenen van de Overblaak. De zeven verdiepingen hoge spits was omstreden. Mentink suggereerde de toren zonder spits te bouwen, maar Blom wil van geen wijken weten. Om zijn critici te plagen zette hij nog een klein spitsje aan de voet van de toren.


Terug naar kaart
Schrijf je in voor de nieuwsbrief