In 1970 wint een groep jonge architecten de prijsvraag voor de vernieuwing van het Oude Westen. In dit voorstel van de werkgroep rondom Pietro Hammel en Nico Witstok, allebei bewoners van het Oude Westen, is het functioneren van de bestaande stad als uitgangspunt genomen. In twee tekeningen – bestemmingsplan en verkeersplan – zijn alleen de locaties benoemd voor de bebouwing, de openbare ruimte en de verkeersstromen door de wijk.
Foto: Ossip van Duivenbode
In een periode van ruim 20 jaar wordt gewerkt aan het behoud én de vernieuwing van het Oude Westen. Huizen worden gerenoveerd, samengevoegd en uitgebouwd. Vervallen panden worden vervangen door nieuwe woningen. In de wijk komen pleinen, speeltuinen en sociale voorzieningen in plaats van fabrieken en bedrijven. Er groeit een nieuwe visie op woningbouw en jonge architecten krijgen een kans om te bouwen.
Woondek, foto: Max Milikan
Staalkaart van vernieuwing
Tien nieuwbouwprojecten uit deze periode tonen de variatie aan oplossingen om ruimte te maken in het Oude Westen, voor goede woningen, voorzieningen, parkeer- en speelplekken. Het resultaat is een staalkaart van experimentele architectuur met aandacht voor nieuwe typologieën en een eigen(zinnige) vormentaal.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Jarenlang was architect Pietro Hammel betrokken bij de stadsvernieuwing. Hij sprak zich al vroeg uit tegen de rigoureuze sloop van de oude wijken en werd een belangrijk adviseur van de Aktiegroep Het Oude Westen. Het project de Boogjes is de kroon op zijn werk: 125 woningen, winkels en een hotel. De arcade voor de winkels kreeg de vorm van een ‘bogengaanderij’ – De Boogjes – die voor een knusse en gezellige sfeer moesten zorgen, maar die ook als onveilig werden ervaren. Sinds de verbouwing in 2007 door Mecanoo zijn deze kenmerkende bogen verdwenen.
De architectuur is kenmerkend voor de kleinschaligheidstrend van de jaren zeventig, ook wel nieuwe kneuterigheid genoemd. Die kreeg aanvankelijk vooral in de stadsvernieuwing gestalte: baksteen als gevelbekleding, betonelementen en erkers voor de verticale geleding en gekleurde houten balkons. Hammel: “De rage van de nieuwe kneuterigheid is niet meer te stoppen en ik doe er zelf met veel plezier aan mee.”
Terug naar kaart

Om meer ruimte te maken in de smalle Gouvernestraat is die waar mogelijk verbreed door de bouwblokken naar achteren te leggen. De overgangen naar het verbrede gedeelte zijn gemarkeerd door de monumentale trappenhuizen. Hierdoor wordt de ellenlange straat onderbroken en het straatbeeld gevarieerder. Er zijn vooral maisonnettes gebouwd.
Dit project was een zelfbewuste poging met eigentijdse middelen de architectuur en stedenbouw van het Oude Westen te verbeteren. Er een heel andere kleur- en vormentaal gebruikt dan gebruikelijk in de stadsvernieuwing. Zoals te zien bij de afgeronde vormen van de monumentale trappenhuizen en de abstracte trapsgewijze zaagtandpatronen in de gevels. In 2022 heeft DaF-architecten bij de renovatie op een eigentijdse manier invulling gegeven aan het originele kleurenschema.
Terug naar kaart
Andries van Wijngaarden is een typische stadsvernieuwingsarchitect. Hij had het architectenvak grotendeels in de praktijk geleerd en paarde kennis van plattegronden en bouwsystematieken met een grote maatschappelijke betrokkenheid. Een intensieve werkwijze met vele overleggen, vergaderingen en presentaties, waarin hij altijd probeerde kwalitatief goede en goedkope woningen te realiseren.
Door de oorspronkelijke straat hier weg te halen en twee bouwblokken te slopen, ontstond ruimte voor één bouwblok met een royaal binnenterrein. Het complex bestaat uit 184 woningen en een parkeergarage met 95 plaatsen, maar met kleinschalige architectuur. Het ontwerp spitste zich toe op de plattegronden. De gevels en materialisering kwamen op de tweede plaats. Van Wijngaarden: “In het begin van de stadsvernieuwing hadden we niet zoveel tijd om op schoonheid te letten.”
Terug naar kaart
Vanwege de wens om zoveel mogelijk woningen in de wijk terug te bouwen werd de medische voorziening gecombineerd met 29 woningen. Het complex is gelegen op een smalle, taps toelopend kavel. Op de begane grond ligt het medisch centrum, erboven de meeste woningen. De bewoners hebben hierdoor een gemeenschappelijke ruimte op hoogte die door de verspringing van de woningen een speelse uitstraling heeft.
Gele en rode baksteen, een rasterwerk van panelen, een abstracte horizontale strook met identieke ramen en roosters als balkonhekken. Daklichten zorgen voor het daglicht in de gezamenlijke ruimtes van het medisch centrum. Het interieur is speciaal ontworpen door interieurarchitect Pieter Stalenhoef, die een totaalontwerp maakte om het vriendelijk te laten ogen en zo de bezoekers op hun gemak te stellen. De verschillende medische praktijken gaf hij ieder een eigen kleur.
Terug naar kaart
Op 1 oktober 1982 ging de eerste paal de grond in. Een bouwblok met 54 woningen, een clubhuis, taaldrukwerkplaats, crèche, bibliotheek en basisschool. Het bouwblok was ontstaan door het stratenpatroon op twee plaatsen te doorbreken: de Kogelvangerssstraat en de Doorbraak. Bovendien grensde het blok aan twee nieuwe pleintjes, het Gerrit Sterkmanplein en het Toni Koopmanplein.
De bijzondere functies liggen op de begane grond en hebben een neutraal rasterwerk van glas en beplating als gevel. De woningen erboven hebben grotendeels bakstenen gevels. Het zijn maisonnettes die aan een binnenstraat liggen. De ruimtes op de begane grond krijgen licht door stroken glazen bouwstenen. De hoge en lage delen zijn van elkaar gescheiden door markante halfronde gesloten trappenhuizen die al kort na de bouw weer werden opgemaakt. Aan de noordkant van de Kogelvangerstraat is nog een oorspronkelijke variant hiervan te zien.
Terug naar kaart
Architecten als Mecanoo, DKV en Girod & Groeneveld zorgden midden jaren tachtig voor een vernieuwing van de stadsvernieuwing. Met modern materiaalgebruik en abstracte vormgeving weken ze af van de standaard architectuur met zijn karakteristieke erkertjes, balkonnetjes en dakjes. Ook dit project is optimistisch en vernieuwend door het gebruik van glazen bakstenen, afwijkend roze gekleurd stucwerk, metalen hekwerk en een zichtbare betonconstructie.
De school heeft zoveel mogelijk glas in de gevel. De gymnastiekschool heeft een gevel van glazen bouwstenen, zodat er overdag daglicht binnenkomt en ’s avonds licht schijnt in de straat. De maisonnettes zijn bereikbaar vanaf een woondek aan de achterzijde. De woningen hebben een halfronde bekroning, een variant op de toen populaire mansardekap; beide bedoeld als originele verwijzing naar de typische Rotterdamse straatwanden met schuine kappen.
Terug naar kaart
April 1981 werden bij de aktiegroep Het Oude Westen 196 plannen voor de prijsvraag jongerenhuisvesting Kruisplein afgeleverd. Het ontwerp van drie Delftse studenten werd bekroond. Deze studenten startten een architectenbureau, Mecanoo, dat uitgroeide tot één van de toonaangevende van de Nederlandse architectuur. Mecanoo toont overtuigend aan dat in de praktijk van de stadsvernieuwing en volkshuisvesting een hoge architectonische kwaliteit te bereiken is.
Het resultaat was een gebouw met doordachte, flexibele plattegronden in een architectuur die geïnspireerd was op het Nieuwe Bouwen. Vanaf toen werden abstracte composities en gepleisterde gevels de norm in de stadsvernieuwing. Uit het juryrapport van de Rotterdam-Maaskantprijs voor Jonge Architekten die Mecanoo in 1987 won: De op voorhand vaak niet mogelijk geachte kwaliteit bereikt zij door een zorgvuldige behandeling van de ruimtelijke organisatie, de plattegrondontwikkeling, de gevelbehandeling, de inpassing in de bestaande bouwstructuur en de ontsluitingstypologie, maar ook door een uitgekiende materiaalkeuze, technische detaillering en kleurgeving.
Terug naar kaart
De vernieuwing van de Adrianastraat en Van Speykstraat bestaat uit in totaal vijf invullingen in de straatwanden. In dit project werden studies naar de opbouw van stedelijke bouwblokken en naar de architecten van het Nieuwe Bouwen verwerkt. Met name het vraagstuk van de individuele woning in een stedelijk bouwblok werd hier heel specifiek uitgewerkt. Door het abstracte patroon van de kunststof gevelplaten was de individuele woning niet herkenbaar. De in een grafisch patroon aangebrachte kleuren – wit, grijs, geel, roze, rood, blauw en bruin – waren zeer karakteristiek voor het project
Het blok bestaat grotendeels uit twee maisonnettes boven elkaar. De woningen op de begane grond hebben hun woonkamer aan het binnenterrein en een eetkeuken aan de straatzijde. Bij de bovenwoningen, die bereikbaar zijn via trappenhuizen aan de straatzijde en een galerij aan de achterzijde, is die oriëntatie andersom; de woonkamer ligt aan de straatzijde en de eetkeuken aan de galerij. Een nieuwe generatie ontwerpers bij De Nijl heeft de trespa-gevel in 2010 rigoureus vervangen door traditionele bak- en natuursteen.
Terug naar kaart
Het plan is in twee gebouwen verdeeld, zodat er een nieuw plein is ontstaan: het Rijnhoutplein, vernoemd naar de 2.37 meter lange Rigardus Rijnhout. Het grote bouwblok heeft aan de kop een gebogen dak en een gevel van glazen bouwstenen. Hierin kwamen 69 woningen, een hammam en erboven een sportzaal. Het badhuis heeft maar kort gefunctioneerd. Daarna was er een kledingwinkel. In 2013 kwam de Leeszaal West in het leegstaande gebouw, waar in de vloer de contouren van het badhuis nog zijn te herkennen.
Het blauwe blokje met 12 woningen kwam in de plaats van een bouwvallig bouwblok met op de kop het bekende café Hoboken. Begin jaren zeventig was dit café de vaste stek van de actievoerders en trotskisten van links Rotterdam. Architect Paul van der Weijden: “Het Blauwe Blokje werd een feest; een café en winkel, een ruim trappenhuis en leuke stadse appartementen. De materialisering is uitbundig met kloeke, zeer duurzame detaillering, opvallend in vorm en kleur: een echte Urban Villa.”
Terug naar kaart
Bij de vernieuwing rond het Tiendplein zijn smalle bouwblokken deels gesloopt om ruimte te maken voor een nieuw buurtplein, het Zijdewindeplein. Het openbare gedeelte heeft bankjes en een opvallende monumentale lichtarmatuur. Aan de straatzijde vormt het bestaande Tiendplein een levendig stedelijk plein met horeca. Een poort ter plekke van een vroegere dwarsstraat verbindt de twee werelden: de buurt en de stad.
Na het succes van het Kruisplein ontwikkelde Mecanoo zich tot een toonaangevend bureau in de stadsvernieuwing. Het Tiendplein is typerend voor de overgang in de jaren tachtig architectuur. Er is een vrijmoedig materiaalgebruik, met zowel baksteen, stucwerk als een hoekoplossing van onbehandeld beton. Ook zijn er zowel portieken als galerijen toegepast. In totaal zijn 97 woningen gebouwd en 650 vierkante meter winkel- en bedrijfsruimte gerealiseerd.
Terug naar kaart




























