In 1928 begint stadsarchitect Ad van der Steur (1893-1953) aan het ontwerp van Museum Boijmans. Onder leiding van directeur Dirk Hannema wordt zeven jaar later het nieuwe gebouw geopend, op 6 juli 1935. Elke nieuwe directeur drukt daarna zijn eigen stempel op het aankoopbeleid. En een nieuwe directeur betekent vaak ook een nieuwe uitbreiding.
In 1972, 1991 en 2003 wordt het museumgebouw uitgebreid met respectievelijk een nieuwe tentoonstellingsvleugel van architect Alexander Bodon, een paviljoen van Hubert-Jan Henket en een nieuwbouw van Robbrecht en Daem. Terwijl het museum is gesloten vanwege een ingrijpende verbouwing, wordt in 2021 het Depot geopend.
Directeur Dirk Hannema over de keuze van de architect
Stadsarchief Rotterdam, 1935
Monumentaal museum | 1935
Het ontwerp van architect Ad van der Steur is geïnspireerd op het stadhuis van Stockholm. De monumentale entree bij de zestig meter hoge toren geeft het gebouw de uitstraling van een kunsttempel. Het gebouw bestaat uit een afwisseling van zalen en kabinetten rond een binnen- en buitenhof. Er is veel aandacht besteed aan de indirecte en gelijkmatige verlichting van de kunstwerken.
Tekeningen Ad van der Steur, Collectie Museum Boijmans van Beuningen
De toren is er puur als architectonisch element en bevat werkplaatsen en opslagruimte. De moderne architecten hadden weinig waardering voor de niet-functionele toren. Maar vriend en vijand zijn lovend over de belichting van de kunst.
Van der Steur ontwerpt ook de museumtuin en het afsluitende monument voor G.J. de Jongh. Het museum, de tuin en het monument vormen een Gesamtkunstwerk, het ensemble is nu een rijksmonument.
Museum Boijmans, circa 1935, Stadsarchief Rotterdam
Nationaal Archief / Anefo
Nieuwe vleugel | 1972
Al vanaf het begin wordt rekening gehouden met een uitbreiding van het gebouw. Van der Steur tekent vanaf 1944 aan een nieuwe vleugel die tot op de hoek van de Westersingel loopt. Vanaf 1963 werkt architect Alexander Bodon aan een ontwerp dat op een eigentijdse manier reageert op het bestaande museum. Passend bij de tijd richt de uitbreiding zich op wisseltentoonstellingen van hedendaagse kunst.
Ary Groeneveld, Stadsarchief Rotterdam, 1970
Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, 1972
De uitbreiding is een sober en helder gebouw dat met zijn bakstenen vlakken aansluit op de traditionalistische architectuur. Ook de daklichten op de verdieping worden voortgezet. Maar met het frisse witte interieur en zijn openheid naar de straat en de tuin, oogt het veel moderner. En er komt een nieuwe entree, merkwaardigerwijs helemaal aan de zijkant. Dat komt omdat het nog steeds de bedoeling is een uitbreiding tot aan de Westersingel te bouwen.
Stadsarchief Rotterdam, 1976
Collectie Museum Boijmans Van Beuningen
Transparant paviljoen | 1991
Speciaal voor de collectie kunstnijverheid Van Beuningen-De Vriese wordt een apart gebouw gerealiseerd. Architect Hubert-Jan Henket ontwerpt een modern paviljoen van glas en staal in de museumtuin. In de bovenzaal zijn tijdelijke exposities van modern design gedacht, terwijl de vaste collectie van archeologische vondsten in het souterrain een plek krijgt. Het resultaat is zeer naar de smaak van directeur Wim Crouwel, een grafisch ontwerper met zijn roots in het modernisme.
Archief BiermanHenket, Jannes Linders, 1991
Het paviljoen contrasteert met de traditionele architectuur van het bestaande gebouw. In zijn symmetrie sluit het wel aan. Vanwege zijn openheid en iets verhoogde ligging biedt het een prachtig uitzicht op de museumtuin. Al snel wordt het paviljoen door de nieuwe directeur Chris Dercon gebruikt als restaurant. Inmiddels is het paviljoen een van de jongste rijksmonumenten in Nederland.
Architect Hubert-Jan Henket, in 2007 over zijn paviljoen
Archief BiermanHenket, Van der Vlugt & Claus
Archief BiermanHenket, Jannes Linders, 1991
Nieuwe omhulling | 2003
De ambitie van het museum om tot aan de Westersingel uit te breiden, krijgt eindelijk vorm met het ontwerp van het Gentse architectenpaar Paul Robbrecht en Hilde Daem. Directeur Chris Dercon heeft een andere opvatting over wat een kunstmuseum is; het moet ook een kenniscentrum zijn. Een bibliotheek, meer expositieruimte, een grotere museumwinkel en nieuwe kantoren moeten het museum verrijken. Een ingewikkelde opgave die wordt gekenmerkt door gebrek aan geld en gedoe met aannemers.
Kristien Daem. 2003
De nieuwbouw legt een krans om het gebouw van Bodon dat hiermee uit het zicht verdwijnt. Tegelijkertijd verbindt de nieuwbouw de bestaande gebouwdelen opnieuw met elkaar. In het ontwerp is het alles behalve een kunsttempel. In de minimalistische vormgeving, de detaillering en het materiaalgebruik – schoon beton en groenige glaspanelen – overheerst de eenvoud. De entree uit 1991 verdwijnt en er komt een nieuwe ingang via de monumentale binnenplaats die openbaar toegankelijk wordt.
Kristien Daem. 2003
Kristien Daem. 2003
Toekomst
Onder directeur Sjarel Ex worden de problemen met het museumdepot in de kelder nijpend vanwege de wateroverlast. In 2019 sluit het museum en begint een omvangrijke operatie om het gebouw asbestvrij te maken. Dit is de opmaat naar een ingrijpende verbouwing van het museum. Na een selectieprocedure werken in 2019 drie ontwerpteams een visie uit voor de renovatie en vernieuwing van het museum: KAAN Architecten met Van Hoogevest Architecten, Mecanoo architecten en de samenwerkende David Chipperfield Architects en WDJArchitecten.
Beelden: Mecanoo
Begin 2020 geeft de stad Mecanoo de opdracht om hun visie uit te werken tot een eerste ontwerp. Na een intensieve periode van gesprekken tussen het museum, de gemeente Rotterdam en het architectenbureau, is het een lange tijd ongewis wat de plannen gaan opleveren. In 2025 wordt het definitieve renovatieplan goedgekeurd, waarin de logistiek wordt verbeterd, de binnenhof wordt overkapt en de gebouwen van Van der Steur, Bodon en Henket worden gerestaureerd en verduurzaamd.
Beelden: Mecanoo
Sinds de sluiting in 2019, is de enige constante in al die jaren, de beoogde sloop van het meest recente gebouw, de uitbreiding van Robbrecht en Daem uit 2003. Niet passend bij de duurzaamheidsambities van de stad, en bovenal: Ieder gebouwdeel van het museum vertelt een verhaal over de tijd waarin het is gerealiseerd, over de architectuur en hoe er over het tentoonstellen van kunst wordt gedacht.